Over de leiding en de lading

de leiding voor de ladingIn mijn eerste post haalde ik al kort de term connectivism aan en ook Martin Kloos besteedt er in zijn laatste blogpost enige aandacht aan, dus tijd om het verder uit te werken. Simpel gezegd is connectivism het ongestructureerd en zelfsturend leren doormiddel van toe gang tot informatiebronnen. Volgens Siemens (2004) is connectivism ‘the integration of principles explored by chaos, network, and complexity and self-organization theories’. Connectivism is een leertheorie die bewust tracht om te gaan met rationale besluitvorming versus informatieoverload- problematiek; ‘Connectivism is driven by the understanding that decisions are based on rapidly altering foundations. New information is continually being acquired. The ability to draw distinctions between important and unimportant information is vital. The ability to recognize when new information alters the landscape based on decisions made yesterday is also critical’ (Siemens, 2004). Als we connectivism moeten positioneren, is deze vanuit een zwart-wit perspectief het beste te positioneren als tegenhanger van het cognitief leren.

Cognitief leren gaat er vanuit dat leren gevormd kan worden door het ‘processen’ van informatie, volgens de klassieke zender-naar-ontvanger (docent-naar-leerling) communicatie. Deze informatie wordt vervolgens in de hersenen omgevormd tot mentale structuren of representaties, waarbij nieuwe informatie wordt gerelateerd aan de reeds bestaande structuren. Om aan te sluiten bij kennis zegt Omrod (2004) dat ‘Human knowledge is organized and stored in schemas (closely connected ideas) and scripts (schema about events)’.

Connectivism hanteert echter een meer post-moderne benadering, waarin pluriforme betekenisgeving wordt onderkend en waarin wordt benadrukt dat kennis wordt gecreëerd in de unieke relatie tussen subject en omgeving (wat ook een ander subject kan zijn). Daarbij hanteert connectivism nog meer subjectivistische invloeden door te veronderstellen dat de betekenis van bepaalde informatie vandaag correct kan zijn, maar dat dit niet noodzakerlijkerwijs morgen het geval hoeft te zijn, doordat omstandigheden gewijzigd kunnen zijn. Het is dus een amorf proces, waarbij informatie steeds moet worden (her)afgestemd op het contextuele domein waarbinnen die informatie geldig is. Connectivism gaat echter verder door te stellen dat leren niet zozeer het accumuleren van informatie is, maar veel meer het proces is dat relevante nodes en de toegang ertoe (waardoor jij toegang hebt tot gespecialiseerde informatie) weet te onderhouden. Een treffende quote uit het artikel van Siemens (2004) is dan ook ‘I store my knowledge in my friends’.

De vraag rijst uiteraard wat bijvoorbeeld het verschil is tussen connectivism en sociale networks, die bijvoorbeeld Granovetter (1973) beschreef in zijn onderzoek naar weak-ties. In zijn onderzoek kwam naar voren dat niet de strong-ties tussen individuen onmisbaar zijn voor de leermogelijkheden van individuen, maar juist de weak-ties. Hij toonde namelijk aan dat werkzoekenden eerder een baan krijgen aangeboden door bekenden die buiten hun vriendengroep staan, dan door vrienden uit de eigen groep. Ofwel niet de sterke relaties binnen groepen, maar de zwakke bindingen die tussen personen uit verschillende groepen bestaan, bieden een individu betere leermogelijkheden. Dat komt omdat deze weak-ties, zogenaamde bruggen vormen naar nieuwe informatie en opvattingen, die zodoende het netwerk binnen kunnen komen. In het onderstaande figuur (afgeleid uit Burt, 2005), heeft James zogenaamde weak-ties met twee andere netwerken, waardoor hij in vergelijking met Robert een grotere kans heeft om nieuwe informatie te ontvangen. Robert heeft daarentegen strong-ties binnen de community en zal daarom veel weten van de regels en de procedures van zijn community en zal daarom specialistische kennis hebben. Samengevat dient James heterogeniteit en innovatie en Robert homogeniteit en standaardisatie.

Netwerk

Om terug te komen op het verschil echter tussen sociale netwerken en connectivism is dat de eerste zich puur focust op de connectie tussen mensen en een onderdeel is van de tweede. Social network theorie is dus ook een techniek om binnen connectivism kan worden toegepast. Connectivism integreert verder aspecten als chaostheorie (ofwel het trachten vorm te geven aan onvoorspelbare dagelijkse gebeurtenissen, zoals het ontbreken van een geëffend pad voor leren), complexiteittheorie (welke problemen zijn al dan niet onoplosbaar en hoe efficiënt is de huidige oplossing) en zelforganisatie. Zelforganisatie beschrijft eigenlijk de voorwaarden voor sociale netwerken en kennis om up-to-date te blijven. Zelforganisatie vereist daarom dat je open staat voor informatie van buitenaf en dat je hierop proactief reageert (proactief reageren is dat soms een paradox?). Edit 30/04/2006 23:03 – Wat betreft de paradox, volgens mij moet het proactief acteren zijn, daar het gaat om een actie en niet een reactie.

Als we connectivism vertalen naar kennismanagement, dan is de quote van Siemens (2004) een belangrijke, namelijk ‘de leiding is belangrijker dan de lading’ (vrij vertaald). We moeten onderkennen dat leren geen individuele activiteit meer is, maar een collectieve onderneming van velen. Kennismanagement moet zich dus ook niet focussen op het vastleggen van informatie op intranetten, maar op het faciliteren van zoektochten naar de juiste persoon met de juiste kennis om zodoende de wisdom of crowds te kunnen uitmelken. Immers, uit vele praktische voorbeelden blijkt dat medewerkers op één afdeling, veelal aan hun collega’s vragen stellen en niet via het intranet de benodigde informatie opzoeken. De verklaring dat mensen lui zijn is helaas niet valide (in alle gevallen). Het gaat er om dat mensen de gewenste informatie niet eenvoudig kunnen vinden, mensen niet de juiste zoekvraag kunnen stellen of de geleverde informatie niet kunnen interpreteren (Huizing en Bouman, 2002).

Intranetten en ‘people finders’ moeten daarom inzetten op het superieur kunnen vinden van specifieke en gedetailleerde competenties en kennis (de spreekwoordelijke leiding). Als twee personen of subjecten met elkaar verbonden zijn, dan wordt de kennis ”vanzelf” gecreëerd in de unieke relatie tussen subjecten onderling. Bovendien resulteert dit ook nog in zogenaamde kennis-op-maat, doordat in een dialoog net zo lang wordt onderhandeld over de betekenis van de vraag totdat er een goed antwoord op kan worden gegeven. Belangrijk is ook dat adresboekjes niet zo zeer moeten focussen op locaties van mensen (de bekende Outlook exchange server), maar meer op locaties van kennis en competenties. Een goede startup (lees dit is nog geen volwassen markt om de terminologie van Boisot, 1998 te volgen) hiervan heb ik onlangs mogen aanschouwen bij Organon, waar de people finder ook de mogelijkheid biedt om medewerker competenties inzichtelijk te maken op een zeer abstract niveau. Verder zijn technieken als social network analysis (Borgatti, 2006) in opkomst om in deze lacune te voorzien.

Tot slot; we moeten de e-mail afschaffen als het gaat om betekenisgeving en creatieve processen, en ons richten op face-to-face of eventueel telefonisch dialoog om echt elkanders bronnen van kennis op een vruchtbare wijze te gaan benutten.

Volgende keer ga ik op zoek naar knowledge brokering en sociale netwerken en een link naar connectivism.

  • Boisot, Max. Knowledge Assets: Securing Competative Advantage in The Information Economy. Oxford University Press. Oxford UK.
  • Borgatti, Stephen P., 2006. Social Network Analysis: Instructional Web Site (met name onderdeel ”topics” biedt relevante informatie).\n
  • Burt, Ronald S., 2004. Structural holes and good ideas. American Journal of Sociology (AJS), 110(2):349–399, September.
  • Granovetter, Mark, 1973. The Strength of Weak Ties. American Journal of Sociology, 78(6): 1360-1380.
  • Huizing, Ard and Bouman, Wim, 2002. Knowledge and learning, markets and organizations: Managing the information transaction space. In Choo, Chun Wei and Bontis, Nick, editors, The Strategic Management of Intellectual Capital and Organizational Knowledge, Section 2: Knowledge-Based Perspectives of the Firm, chapter 11, pages 185–204. Oxford University Press, New York, USA.
  • Siemens, George, 2004. Connectivism: A Learning Theory for the Digital Age. Elearn- space, December, 2004.

About this entry